Skip to content
Medium-TenneT-Contact-HK-Jord-Niels-Babet-Hogervorst-8998.jpg

Internationale afhankelijkheid leveringszekerheid elektriciteit vraagt om meer grensoverschrijdende afstemming

A further reduction in the capacity of gas and coal-fired power plants will result in a greater interdependence among countries in Northwestern Europe to meet their security of supply requirements in the medium to long term (2025-2030). This will also create greater risks for the security of supply for the Netherlands. These are the findings of the report ‘Monitoring Security of Supply 2021’, an annual analysis by TenneT that is commissioned by the Dutch Ministry of Economic Affairs & Climate Policy. 

Leestijd

3 Minuten

Laatste update

11-7-2022

Corporate

Internationale afhankelijkheid leveringszekerheid elektriciteit vraagt om meer grensoverschrijdende afstemming

Conclusies uit het rapport
  • Tot 2025 is in Nederland voldoende binnenlandse productiecapaciteit aanwezig om de nationale elektriciteitsvraag te dekken. Door TenneT’s transportverbindingen met het buitenland is er ook in extreme scenario’s geen overschrijding te verwachten van de norm* van 4 uur per jaar tekort aan elektriciteitsaanbod ten opzichte van de vraag. 
  • Na 2025 nemen de onzekerheden toe en neemt de leveringszekerheid af. Sterke elektrificatie van de samenleving, afname van het operationeel vermogen van gas- en kolencentrales en toename van bronnen met variabele productie maken het systeem in toenemende mate weers- en importafhankelijk.
  • Onderlinge afhankelijkheden tussen landen nemen toe. Door toegenomen afhankelijkheid is leveringszekerheid praktisch niet langer een nationale aangelegenheid, nationale beslissingen hebben internationale gevolgen.
“Balans tussen vraag en aanbod wordt dynamischer”

De leveringszekerheid in Nederland is nog altijd zeer hoog. De beschikbaarheid van de hoogspanningsnetten in Nederland was afgelopen jaar 99,9999%, maar het energiesysteem en de elektriciteitsmarkt zijn volop in beweging. Maarten Abbenhuis, COO bij TenneT: “Klimaatdoelen op weg naar 2030 worden aangescherpt in coalitieakkoorden. Het gebruik van kolen voor de productie van elektriciteit in Nederland is per 2030 niet meer mogelijk. Decentrale opwek neemt snel in omvang toe. Aan de vraagkant zien  we een toename als gevolg van elektrificatie van bijvoorbeeld mobiliteit en verduurzaming van de industrie. Het wordt belangrijker om de vraag naar elektriciteit flexibel mee te laten bewegen op het weersafhankelijke aanbod. De balans tussen vraag en aanbod wordt steeds dynamischer en vraagt om nieuwe concepten, zoals opslag. Deze ontwikkelingen zorgen voor toenemende risico’s als het gaat om de leveringszekerheid. Het stimuleren van elektrificatie zal daarom hand-in-hand moeten gaan met maatregelen om flexibiliteit en opslag te bevorderen aan zowel vraag- als aanbodzijde. Ook de uitwisseling van energie met andere landen vraagt aandacht. De onderlinge afhankelijkheid van Noordwest-Europese landen om aan hun leveringszekerheid te voldoen in 2030 is onverminderd groot. Het aantal uren waarin Nederland in de prognose voor 2030 steunt op levering uit het buitenland is ten opzichte van het rapport van vorig jaar gegroeid van 453 uur naar 593 uur in het rapport dit jaar. Het is van cruciaal belang dat Nederland het beleid met omliggende landen bespreekt en afstemt om ook op de lange termijn de leveringszekerheid te blijven garanderen. Het is daarom een goede ontwikkeling dat op Europees niveau een vergelijkbare monitoring wordt uitgevoerd, de European Resource Adequacy Assessment (ERAA).”

Ontwikkelingen op de korte termijn

Waar het rapport Monitoring Leveringszekerheid vooral kijkt naar de middellange en lange termijn, spelen er nu ook diverse ontwikkelingen op korte termijn die van invloed kunnen zijn op de leveringszekerheid. Zo besloot het Nederlandse kabinet eind vorig jaar dat kolencentrales per 1 januari 2022 nog maar op 35% van hun capaciteit mogen draaien en zijn daarnaast de gasvoorraden dit jaar beperkt gevuld. Patrick van de Rijt, Head of Market Analysis Energy System Planning bij TenneT: “De kolenproductiebeperking hebben wij niet meer mee kunnen nemen in onze berekeningen voor het rapport. Als deze 35% kolenproductie is bereikt voor het einde van het jaar kan dit besluit wel een negatieve impact hebben op het beschikbare vermogen in Nederland. Binnen de 35% productieruimte beslissen eigenaren van kolencentrales zelf wanneer zij deze inzetten. Door dit besluit zullen de gascentrales de komende jaren meer gaan draaien en zal waarschijnlijk ook meer elektriciteit worden geïmporteerd.”

Regeerakkoorden met verhoogde ambities

In zowel Nederland als Duitsland zijn zeer recent nog nieuwe regeerakkoorden gesloten die ook van invloed zijn op de ontwikkelingen in de energiemarkt. Zo is in Duitsland naast de al bekende Kernausstieg recent ook besloten om de kolencentrales eerder dan gepland te sluiten. De nieuwe coalitie kondigde eind vorig jaar aan dat niet in 2038, maar al in 2030 de kolencentrales in Duitsland moeten sluiten. Ook dit kan een effect hebben op de leveringszekerheid. Van de Rijt: “Door toegenomen afhankelijkheid is leveringszekerheid praktisch niet langer een nationale aangelegenheid, nationale beslissingen hebben internationale gevolgen.” In combinatie met de verhoogde ambities voor wind en zon is het daarom volgens Van de Rijt essentieel dat de landen in de EU in nauw overleg en transparant afstemmen welk vermogen er in de komende jaren wordt uitgefaseerd en welke bronnen of vermogen hiervoor in de plaats komen.

 

 

* Deze norm is een verwachtingswaarde voor het aantal uren per jaar dat met de beschikbare productiecapaciteit niet aan de vraag zal kunnen worden voldaan, de zogenaamde Loss of Load Expectation (afgekort LOLE). Als criterium voor de adequaatheid van een systeem wordt een maximale LOLE-waarde gehanteerd: het aanvaardbaar geachte risico dat gedurende een bepaalde hoeveelheid uren per jaar niet aan de vraag zou kunnen worden voldaan; deze waarde vertaalt zich eenduidig in de hoeveelheid tenminste vereiste productievermogen. De gehanteerde LOLE-norm voor de beoordeling van het Nederlandse systeem bedraagt 4 uren per jaar.

.

.

.