Skip to content
Page Header Regulierung

Duitse regulering

'Welk deel van de energierekening van een gemiddeld huishouden bestaat uit de kosten van het hoogspanningsnet? Hoe worden de tarieven bepaald die TenneT haar klanten in rekening mag brengen?

In Duitsland zijn netbeheerders onderworpen aan de zogeheten incentiveregulering als reguleringsmethode. Deze methode bepaalt de toegestane inkomsten van de netbeheerder en is bedoeld om netbeheerders aan te moedigen efficiënter te worden en hun kosten te verlagen. Op deze pagina leggen we uit hoe de incentiveregulering werkt en hoe de toegestane inkomsten van TenneT worden vertaald in nettarieven die eindklanten als onderdeel van hun elektriciteitsprijs op hun factuur zien. Ook lichten we de rol toe van de BNetzA als toezichthouder.

BDEW Elektriciteitsprijsanalyse 2020

Bron: BDEW Elektriciteitsprijsanalyse 2020

Netbeheerders brengen hun klanten kosten in rekening voor het transport van elektriciteit. De klanten van TenneT zijn direct aangesloten bedrijven, productie-installaties en beheerders van de onderliggende distributienetten: de zogeheten regionale netbeheerders (RNB's). De RNB's berekenen de kosten door aan hun klanten als onderdeel van hun eigen nettarieven. De eindklant ziet deze dan op zijn elektriciteitsrekening, waarbij de nettarieven in Duitsland ongeveer 25% van de totale elektriciteitsprijs uitmaken. Als men uitgaat van een gemiddelde van ongeveer 31,37 ct/kWh (bron: BDEW elektriciteitsprijsanalyse 2020) als elektriciteitsprijs, bedragen de nettarieven ongeveer 7,71 ct/kWh. TenneT heft nettarieven van gemiddeld 2,109 ct/kWh, wat een totaal aandeel in de elektriciteitsprijs van ongeveer 6,72% vertegenwoordigt. De elektriciteitsprijzen variëren echter vanwege regionale verschillen en een veelheid aan leveranciers.

Elke eindconsument die elektriciteit koopt, betaalt hiervoor een prijs aan zijn leverancier. Deze elektriciteitsprijs bestaat uit verschillende componenten. Deze omvatten belastingen, zoals elektriciteitsbelasting, bijdragen zoals de EEG-toeslag die de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen bevordert, kosten voor productie en distributie, en nettarieven. 

  • Nettarieven maken circa 25% uit van de totale elektriciteitsprijs
    • Waarven TSO nettarieven (TenneT): circa 6,7%
    • Waarven RNB nettariven: crica 18,3%
  • De elektriciteitsprijs bedraagt gemiddeld 31,37 ct/kWh, daarvan bestaat circa 7,71 ct/kWh uit de nettarieven
  • De nettarieven van TenneT zijn gemiddeld 2,109 ct/kWh, wat leidt tot een totaal aandeel van circa 6,7% 

Regulering

De nettarieven die TenneT doorrekent aan haar aangesloten klanten zijn onder andere gebaseerd op de jaarlijkse kosten, d.w.z. de som van de kosten die TenneT maakt voor het beheer en de uitbreiding van het net. Om de nettarieven te bepalen worden deze jaarlijkse kosten verdeeld over de twee netvlakken waarop klanten van TenneT een aansluiting kunnen hebben: direct op het extra hoogspanningsnet (380/220 kV) of op de 110 kV-kant van de transformator tussen 380/220 kV en 110 kV. Een verdere verdeling vindt plaats tussen de tarieven voor beschikbaar vermogen (kW) en voor geleverde elektriciteit (kWh), afhankelijk van de grootte van de consument. De prijs voor het beschikbare vermogen wordt berekend over het kwartier in het kalenderjaar waarin het hoogste vermogen werd gevraagd, terwijl de prijs voor geleverde elektriciteit de totale hoeveelheid gekochte elektriciteit aangeeft. Afhankelijk van het consumptiegedrag betaalt de TSO-klant ofwel een lage prijs per kW en een hoge prijs per kWh, of een hoge prijs per kW en een lagere prijs per kWh. De berekening van het nettarief vindt altijd plaats in het voorgaande jaar van het jaar waarvoor de prijzen gelden. De nettarieven in Duitsland kunt u ook uit de gepubliceerde tariefbladen vernemen. 

Duitsland is verdeeld in vier netgebieden, waarvan elk het verzorgingsgebied is van een andere TSO. TenneT is één van deze vier TSO's. De vier netgebieden waarin Duitsland is verdeeld hebben zeer verschillende geografische omstandigheden. In het noorden en oosten van Duitsland, grotendeels in het verzorgingsgebied van TenneT, zijn er bijvoorbeeld veel windturbines vanwege de goede windomstandigheden. Als deze omwille van knelpunten in het net moeten worden uitgeschakeld, is TenneT wettelijk verplicht een vergoeding te betalen aan de exploitanten van de windparken, wat leidt tot hogere tarieven bij TenneT. Netbeheerders die nauwelijks windturbines in hun verzorgingsgebied hebben, worden niet geconfronteerd met deze bijkomende kosten en hebben daardoor lagere nettarieven. Er is dus een geografische ongelijke last voor eindklanten. Vanwege de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het succes van de energietransitie moet de financiële participatie in alle regio's hetzelfde zijn. Daarom worden de tarieven van netbeheerders sinds 2019 geleidelijk geüniformeerd. In een periode van vijf jaar bestaat het transporttarief uit twee delen: een deel dat specifiek is voor de betreffende TSO en een deel dat voor heel Duitsland gelijk is. Aan het einde van de vijfjarige uniformeringsfase zullen de tarieven van alle TSO's en dus voor de eindklanten in alle regio's hetzelfde zijn.

Het inkomstenplafond (IP) dat wordt vastgesteld door de BNetzA bepaalt de maximale inkomsten die TenneT mag behalen in een reguleringsperiode van vijf jaar. Het vormt daarmee het budget dat TenneT in deze vijf jaar heeft om haar kerntaken uit te voeren. Als TenneT erin slaagt om gedurende deze periode de kosten onder de toegestane inkomsten te verlagen, kan het bedrijf winst maken. Dit mechanisme zorgt ervoor dat netbeheerders een prikkel hebben om kostenefficiënt te werken. De incentiveregulering is daarmee het tegenovergestelde van de op kosten gebaseerde regulering, waarbij netbeheerders al hun kosten één op één kunnen doorberekenen aan hun klanten. Hierdoor zou een stimulans kunnen ontstaan om te investeren in bijzonder dure activa, wat niet in het belang van de klanten is.

Het inkomstenplafond bestaat uit niet-beïnvloedbare kosten en beïnvloedbare kosten. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat een deel van de kosten niet kunnen worden beïnvloed door de netbeheerder en dus in zijn geheel worden opgenomen in het inkomstenplafond, terwijl de beïnvloedbare kosten door de BnetzA worden geëvalueerd om het mogelijke besparingspotentieel te bepalen.

Permanent niet-beïnvloedbare kosten zijn bijvoorbeeld bedrijfsbelastingen of kosten voor netstabiliserende maatregelen, zoals het afschakelen van windturbines, [invoedingsbeheer verder onderaan] waarop de netbeheerders geen invloed hebben. Beïnvloedbare kosten zijn bijvoorbeeld personeelskosten, transportkosten en kosten voor het onderhoud van installaties.

Inkomstenplafond (IP)

De hieronder afzonderlijk beschreven bestanddelen vormen samen het IP volgens de volgende formule:

Berekening van het inkomstenplafond (IP)
Omschrijving IP Permanent niet- beinvloedbare kosten Tijdelijk niet-beinvloedbare kosten Niet afgebouwde beinvloedbare kosten Kosten uit VPI Kosten uit Xgen Reguleringsrekeningsaldo
Variabele EO= Kdnb +(Kvnb +(1-V)*Kb) *((VPlt/VPl0) -PF) +S
Waarde voor 2020 in milj. € 2.247 1.858 276 0,1 1,03 0,0181 109

In de permanent niet-beïnvloedbare kosten worden kosten opgenomen die conform de incentiveregulering permanent niet-beïnvloedbaar zijn. Daaronder vallen bijvoorbeeld de eerder genoemde bedrijfsbelastingen. Anderzijds zijn er kosten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het hoogspanningsnet, maar niet kunnen worden beïnvloed door de netbeheerders. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de kosten voor netstabiliserende maatregelen (redispatch en het zonodig afschakelen van productie-eenheden van hernieuwbare energie). Hieronder volgt een uitleg van enkele grote posten van de permanent niet-beïnvloedbare kosten.

Toegestane inkomsten 2016-2020

 De grafiek toont de ontwikkeling van het inkomstenmaximum over de jaren 2016-2020.

Kostenposten

Netstabiliserende maatregelen omvatten naast redispatch ook invoedingsbeheer ("feed-in management"). Daaronder verstaat men het beperken van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen, analoog aan de redispatch voor conventionele elektriciteitsproductie. Met behulp van invoedingsbeheer wordt overbelasting van verbindingen bij congestie voorkomen. Zonder invoedingsbeheer zouden netelementen bijvoorbeeld bij sterke wind overbelast kunnen raken, waardoor stroomuitval kan optreden.

De kosten voor het uitschakelen productie-eenheden van hernieuwbare energie, zoals windparken, kunnen niet worden beïnvloed. De kosten voor het jaarlijks benodigde invoedingsbeheer hangt af van vele externe factoren (bijv. wind) en wordt voor TenneT geschat op € 606 miljoen in 2020. De grafiek die de samenstelling van het IP laat zien toont een sterke stijging van de kosten voor invoedingsbeheer in 2017 en 2018, omdat de methodiek in die tijd is gewijzigd. In de oude benadering werden de werkelijke kosten van het voorlaatste jaar verrekend (nagecalculeerd) in het IP van het volgende jaar. De nieuwe benadering houdt in dat voor het betreffende jaar een prognose wordt afgegeven. Als gevolg hiervan omvatten de jaren 2017 en 2018 de kosten voor invoedingsbeheer van elk twee jaar, dat wil zeggen eenmaal volgens het oude systeem en eenmaal volgens het nieuwe systeem.

Tijdens het transport van elektriciteit zijn netverliezen onvermijdelijk. Dit is het verschil tussen de elektrische energie die in het net wordt ingevoed en de energie die wordt afgenomen. Deze netverliezen worden gecompenseerd door de aanschaf van zogeheten 'Verlustenergie' (letterlijk: verliesenergie) . Aangezien TenneT haar netwerk aanzienlijk uitbreidt met nieuwe verbindingen en hoogspanningsstations treedt er steeds meer netverlies op. TenneT kan hier geen invloed op uitoefenen. Voor 2019 bedraagt de verwachte waarde voor netverliezen 117 milj. € totaal.

In het elektriciteitsnet moet de productie altijd overeenkomen met het verbruik; alleen dan is de frequentie stabiel op 50 hertz, de norm voor Europa. Als er afwijkingen zijn tussen productie en verbruik compenseert de netbeheerder de onbalans. Hiervoor gebruikt hij het regelvermogen. De vier Duitse netbeheerders kopen samen het regelvermogen in via veilingen op het platform regelleistung.net. De inkoopkosten worden als niet-beïnvloedbare kosten opgenomen in de tarieven.

TenneT investeert in netuitbreiding om in de toekomst een continue stroomvoorziening te kunnen garanderen. TenneT financiert de kosten van netuitbreiding via de zogeheten investeringsmaatregelen. De kapitaal- en operationele kosten van investeringsprojecten worden tijdens de bouwfase opgenomen in het inkomstenplafond als permanent niet-beïnvloedbare kosten. Na voltooiing worden de investeringen onderworpen aan de efficiëntievergelijking. Voor 2020 bedraagt de som voor investeringsmaatregelen 317 milj. €. Tot en met 2018 dekten de investeringsmaatregelen ook de kosten voor offshore-netuitbreidingen; dat wil zeggen het aansluiten van windparken op zee. Sinds 2019 zijn deze opgenomen in de zogeheten offshore-netheffing die wordt toegevoegd aan de tarieven. Dit verklaart de daling van deze post in de grafiek, terwijl de investeringsvolumes nog steeds hoog liggen.

Redispatch is een interventie in de productiecapaciteit van energiecentrales om knelpunten in het net te verhelpen. Als er een knelpunt in het net is zullen energiecentrales aan één kant van het knelpunt de opdracht krijgen om af te schakelen. Op die manier wordt er minder stroom getransporteerd over de belaste verbinding. Tegelijkertijd worden energiecentrales aan de andere kant van het knelpunt geïnstrueerd om hun productie te verhogen. De energiecentrales worden vergoed voor de kosten van de uitvoering van dergelijke redispatch-maatregelen, zodat ze financieel noch beter, noch slechter af zijn dan ze zonder de redispatch zouden zijn. De kosten die voortvloeien uit deze vergoeding worden opgenomen als permanent niet-beïnvloedbare kosten. De procedure voor het bepalen van de juiste vergoeding is gebaseerd op een  industriele richtlijn voor de vergoeding van redispatch-maatregelen. De waarde die in de berekening wordt opgenomen is het maximum van de geschatte waarden voor het regelvermogen van de voorgaande drie jaar, tenzij er aanwijzingen zijn dat deze afwijken van historische overwegingen. Voor 2019 bedraagt de waarde voor alle verwachte redispatch-maatregelen 398 mil.€

Inkomstenkap componenten

De efficiëntievergelijking is een belangrijk element van het inkomstenplafond. Deze wordt gebruikt om concurrentie tussen de vier Duitse TSO's te simuleren en zo een efficiënte netuitbreiding te stimuleren. Sinds 2019 gebeurt dit met behulp van een zogenaamde relatieve referentienetanalyse. Met deze methode wordt het net van de TSO's vergeleken met een referentienet om het verbeterpotentieel aan te tonen. Dit referentienet is bepaald door een computersimulatie. De meest efficiënte TSO krijgt een score van 100% en de andere TSO's worden hiermee vergeleken De toepassing van deze efficiëntiescore op de in principe beïnvloedbare kosten resulteert in een mogelijke korting op de toegestane inkomsten gedurende de reguleringsperiode. TenneT heeft een efficiëntiewaarde van 99,92% voor de huidige reguleringsperiode.

Omdat veel kosten, zoals die voor netstabiliserende maatregelen, gebaseerd zijn op prognoses en een zekere mate van onzekerheid met zich meebrengen, zijn er in de regel afwijkingen tussen de verwachte en de werkelijke gemaakte kosten. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er minder kosten zijn voor het afschakelen van hernieuwbare energie dan verwacht. Het verschil tussen de verwachte en de werkelijke kosten wordt dan met rente aan de klanten teruggegeven via de zogenaamde reguleringsrekening. Dit zorgt ervoor dat TenneT niet meer, en ook niet minder, ontvangt dan de werkelijke kosten die zijn gemaakt.

De consumentenprijsindex meet de gemiddelde prijsontwikkeling van alle goederen en diensten die particuliere huishoudens kopen om te consumeren. (Bron). Hij dient o.a. als een maat voor de inflatie. Door rekening te houden met de verandering in  de consumentenprijsindex wordt inflatie opgenomen in het inkomstenplafond.

De algemene sectorale productiviteitsfactor (Xgen) is een correctie van het inkomstenplafond voor verwachte productiviteitsgroei van de TSO's in het algemeen. De Xgen wordt bepaald door de productiviteitsgroei van de Duitse TSO's te vergelijken met de macro-economische productiviteitsgroei op de productiefactoren arbeid en kapitaal. Door toepassing van de Xgen wordt ook voor een TSO met een efficiëntiescore van 100% verdere efficiëntieverbetering verwacht. Voor de derde reguleringsperiode is de Xgen vastgelegd op 0,9% voor alle Duitse TSO's.

Rendement op eigen vermogen

Voor het eigen vermogen dat TenneT gebruikt om investeringen te financieren, ontvangt de onderneming een wettelijke vastgesteld rendement. In de derde reguleringsperiode bestaat deze uit een risicovrije basisrente van 2,49% en een risicopremie van 3,15%. De basisrente wordt berekend door rekening te houden met het gemiddelde rendement op vastrentende effecten van de afgelopen 10 jaar. De risicopremie compenseert de TSO's voor ondernemingsrisico's. De reden voor deze premie is dat beleggers in investeringsprojecten een rendement op hun geïnvesteerd kapitaal verwachten dat in verhouding staat tot het risico en concurrerend is. Voor de actuele reguleringsperiode wordt een rendement op het eigen vermogen van 6,91% vóór belastingen gehanteerd. Na belastingen bedraagt het rendement 5,64%. Het is belangrijk op te merken dat de volledige toegerekende rendement alleen kan worden bereikt als de hierboven beschreven efficiëntiewaarde 100% is en de totale kosten van TenneT de toegestane inkomsten niet overschrijden. Het rendement op eigen vermogen is bovendien beperkt tot maximaal 40% van de investeringssom en is gebaseerd op de jaarlijkse boekwaarden van de investeringen.

Uitgangspunt voor de berekening van de netvergoeding is de kostenraming.

Het uitgangsniveau van het inkomstenplafond wordt bepaald door de kosten van de netbeheerder in het zogenaamde basisjaar. Het basisjaar is altijd het derde van de vijf jaar van de voorgaande reguleringsperiode. In de zogeheten kostenaudit kijkt de BNetzA welke kosten in welke omvang noodzakelijk zijn. Het vastgestelde uitgangsniveau blijft in principe gelijk voor de duur van de reguleringsperiode, met uitzondering van de correctiefactoren van de algemene sectorale productiviteitsfactor, de consumentenprijsindex en de resultaten van de efficiëntievergelijking.