Skip to content
Project Onshore NL mannen aan het werk kabels ondergronds

Dutch regulation

Welk deel van de energierekening van een gemiddeld huishouden bestaat uit de kosten van het hoogspanningsnet?

De elektriciteitsrekening van een huishouden in Nederland

Een huishouden betaalt de volledige elektriciteitsrekening aan zijn of haar eigen (zelfgekozen) energieleverancier. De leverancier draagt hiervan de netwerkkosten af aan de netbeheerder van het laag- en middenspanningsnet, zoals Liander, Stedin of Enexis. Het grootste deel van deze inkomsten gebruiken deze regionale netbeheerders (RNB's) om hun eigen netten te onderhouden en uit te breiden. Op hun beurt betalen zij echter ook voor het gebruik van het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. Deze manier van verdelen, waarbij de kosten voor het gebruik van een netvlak met een hoger spanningsniveau worden toegewezen aan een netvlak met een lager spanningsniveau, wordt het cascadebeginsel (ook wel: cascadeprincipe of cascademodel) genoemd. 
 
De precieze kostenverdeling is afhankelijk van een groot aantal factoren en verschilt daarom van huishouden tot huishouden. Grofweg betaalt een gemiddeld huishouden in Nederland ongeveer 40 - 45% van zijn elektriciteitsrekening aan leveringskosten. Dit zijn de kosten voor de elektriciteit zelf: dus de kosten die de leverancier maakt voor de opwek of inkoop van stroom. Ongeveer 25 tot 30% van de elektriciteitsrekening bestaat uit belastingen, zoals de energiebelasting en BTW. De resterende 30% zijn netwerkkosten. Deze draagt de leverancier af aan de betreffende regionale netbeheerder. De regionale netbeheerder draagt op haar beurt een deel van deze kosten, grofweg 5% van de totale elektriciteitsrekening van het huishouden, af aan TenneT voor het gebruik van het hoogspanningsnet. 

Net op Zee

TenneT beheert ook het elektriciteitsnet op zee, dat de grote offshore windparken verbindt met het landelijke hoogspanningsnet. Voor de kosten van het net op zee wordt onderscheid gemaakt tussen fase 1 en fase 2 van de ‘routekaart windenergie op zee’. De kosten ten behoeve van fase 1 worden vergoed middels een subsidie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De projecten voor fase 2 worden in 2022 via de tarieven (dus door netgebruikers) bekostigd, maar een definitief besluit was hier eind 2021 nog niet over genomen.

Tarieven van de klanten van TenneT in Nederland

Niet alleen de regionale netbeheerders (RNB's), maar ook grote bedrijven hebben een rechtstreekse aansluiting op het hoogspanningsnet van TenneT. Al deze klanten betalen voor de transportdienst de tarieven die de ACM vaststelt in het jaarlijkse tarievenbesluit

In het najaar van ieder jaar worden de tarieven voor het komende jaar berekend. TenneT doet hierbij een tarievenvoorstel, en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) publiceert uiteindelijk op haar website het tarievenbesluit, inclusief een Excelbestand met de onderliggende berekeningen. De toegestane inkomsten, de verdelingen naar netvlak, de verwachte volumes aan transport en de definitieve tarieven zijn allemaal openbaar beschikbaar op de website van de ACM.  

Twee netvlakken

HS en EHS

TenneT beschikt over netten op twee netvlakken: het hoogspanningsnet van 110 of 150 kV (HS), en het extra-hoogspanningsnet 220 of 380 kV (EHS). Klanten met een aansluiting op het EHS-net betalen andere tarieven dan klanten op het HS-net, maar de structuur is hetzelfde. 
 
De rekening van de klanten van TenneT bestaat uit meerdere zogeheten tariefdragers. Dit zijn de componenten van hun elektriciteitsafname waar een tarief aan gekoppeld is.  
 
Het uitgangspunt voor de totstandkoming van het tarievenbesluit zijn de maximale inkomsten die TenneT mag ontvangen voor haar transport- en systeemtaken. Met behulp van een schatting van de (piek)vermogens die de klanten in een jaar afnemen (de zogeheten rekenvolumina) worden deze maximaal toegestane inkomsten verdeeld over de tariefdragers. 

Net zoals huishoudens betalen de grote bedrijven en RNB's bijvoorbeeld vastrecht, een tarief dat altijd hetzelfde is. Met het geïnde vastrecht dekt TenneT de kosten die niet afhankelijk zijn van het elektriciteitstransport. 
De te verwachten jaarlijkse piek van een klant van TenneT wordt ook wel aangeduid met kWgecontracteerd, en de (som van de) maandelijkse pieken kWmax. De tarieven voor kWgecontracteerd en kWmax. worden dusdanig vastgesteld dat elk de helft van de totale inkomsten per netvlak bedraagt. 
 
In tegenstelling tot huishoudens betalen de klanten van TenneT daarnaast niet per afgenomen kWh elektriciteit, maar voor het maximale vermogen (de piekbelasting) die ze per jaar en per maand nodig hebben. TenneT moet ervoor zorgen dat het (extra-)hoogspanningsnet deze piekbelasting kan faciliteren. De verschillende klanten van TenneT hebben verschillende piekmomenten. De jaarlijkse piek van een RNB ligt meestal eind december, als de dagen kort zijn en de kerstverlichting brandt.  
 
Klanten die weinig gebruik maken van hun aansluiting en een bedrijfstijd per jaar hebben van minder dan 600 uur betalen afwijkende tarieven: het tarief voor kW-gecontracteerd is dan de helft van het reguliere tarief voor kW-gecontracteerd en de kW-max wordt per week berekend, waarbij de prijs bestaat uit 18/52e (ongeveer 35%) van de reguliere kW-max per maand.  

Voorbeeld: tarieven 2022 

In 2022 mag TenneT voor de transportafhankelijke kosten, dus naast het vastrecht, op het EHS-niveau circa 468,5 miljoen euro als inkomsten werven. Omdat 91,8% van de afname van de netten van TenneT op HS-niveau plaatsvindt, en deze klanten ook het EHS-net gebruiken, wordt 91,8% van deze 468,5 miljoen euro doorbelast aan de klanten op HS-niveau, volgens het cascadeprincipe. De resterende 8,2% die in rekening wordt gebracht bij de klanten op EHS-niveau, komt overeen met meer dan 38 miljoen euro. 
 
Op HS-niveau mag TenneT in 2022 bijna 380,5 miljoen euro aan inkomsten werven, plus de ruim 430 miljoen euro die van het EHS-niveau worden doorbelast. Hiermee komen de totale inkomsten op HS-niveau op ruim 810,5 miljoen euro. Dat brengt de totale inkomsten van TenneT in 2022 op 849 miljoen euro. 
 
De tarieven zijn vervolgens dusdanig vastgesteld dat de verwachte inkomsten per netvlak overeenkomen met deze maximale inkomsten die TenneT mag ontvangen, rekening houdend met de verdeling tussen de tarieven van de verschillende tariefdragers. Als achteraf blijkt dat de daadwerkelijk ontvangen inkomsten afwijken van de toegestane inkomsten, doordat de volumes anders waren dan geprognotiseerd, wordt het verschil in een later tarievenbesluit verrekend. Hierdoor krijgt TenneT uiteindelijk altijd de door de ACM toegestane inkomsten. 

 

Van gemaakte kosten naar toegestane inkomsten 

De ACM bepaalt niet hoe of waaraan TenneT haar geld mag uitgeven, maar wel welke resultaten behaald moeten worden op het gebied van bijvoorbeeld kwaliteit en betrouwbaarheid. Dit wordt outputregulering genoemd: door de tarieven en daarmee de inkomsten van TenneT te beperken, en tegelijkertijd eisen te stellen aan de te behalen resultaten, wordt marktwerking nagebootst. TenneT wordt daarmee gestimuleerd om zo efficiënt en effectief mogelijk te werken. 
 
De berekening van de transporttarieven van TenneT begint bij de inkomsten die TenneT dat jaar mag ontvangen. Hiervoor stelt de ACM iedere 3 tot 5 jaar een Methodebesluit Transportdiensten en een Methodebesluit Systeemdiensten vast. De periode waarvoor het methodebesluit geldt, wordt een reguleringsperiode genoemd. 
 
Aan het begin van een reguleringsperiode wordt gekeken naar de kosten van TenneT in een zogeheten peiljaar of peiljaren. Voor de reguleringsperiode van 2022 tot 2026 zijn de jaren 2018-2020 bijvoorbeeld aangewezen als peiljaren. Uitgaande van de kosten die TenneT in het verleden gemaakt heeft, wordt geprognotiseerd hoe het kostenniveau zich gedurende de reguleringsperiode mag ontwikkelen aan de hand van een aantal factoren, waaronder: 

  1. Weighted Average Costs of Capital (WACC): TenneT mag een redelijk rendement behalen over haar geïnvesteerd vermogen. Hiertoe stelt ACM een 'weighted average cost of capital' (WACC) vast op basis van de verwachte kosten van vreemd en eigen vermogen. 
  2. Dynamische efficiëntie of frontier shift: De reguleringsmethode gaat uit van een jaarlijkse productiviteitsverbetering die voortkomt uit bijvoorbeeld technologische vooruitgang en wijziging van inkoopprijzen. De aanname hierbij is dat er in de toekomst minder kosten gemaakt hoeven te worden voor dezelfde resultaten. Deze verschuiving heet de frontier shift en wordt in de regel toegepast als korting op de toegestane inkomsten. 
  3. Statische efficiëntie of thèta: In de internationale TSO-benchmark worden Europese hoogspanningsnetbeheerders met elkaar vergeleken. De uitkomsten van deze benchmark worden door ACM gebruikt om de statische efficiëntie van TenneT vast te stellen, oftewel hoeveel efficiënter TenneT zou kunnen werken vergeleken met de 'beste' TSO. 

Nadat de parameters in het methodebesluit zijn vastgesteld, berekent de ACM de zogeheten x-factor. Dit is het percentage waarmee de totale inkomsten van TenneT stijgen of dalen gedurende de reguleringsperiode. De x-factor wordt vastgelegd in een x-factorbesluit

Het methodebesluit en het x-factorbesluit gelden voor de hele reguleringsperiode. Ieder najaar, wanneer de tarieven van TenneT voor het komende jaar worden vastgesteld, worden de toegestane inkomsten die met de x-factor en de consumentenprijsindex zijn berekend, als basis genomen. Vervolgens worden er in het tarievenbesluit nog enkele correcties op uitgevoerd. Zo krijgt TenneT bijvoorbeeld al tijdens de bouwfase de vermogenskosten vergoed van grote uitbreidingsinvesteringen. Deze worden jaarlijks bij de toegestane inkomsten opgeteld, voordat de uiteindelijke tarieven worden berekend. Ook worden in het tarievenbesluit de kosten verrekend voor de inkoop van energie en vermogen ten behoeve van de systeemtaken van TenneT, zoals regel-, reserve- en noodvermogen. Dit gebeurt op een zogeheten "t+2"-basis, wat wil zeggen dat de kosten uit een gegeven jaar t, twee jaar later (t+2) in de tarieven worden opgenomen.